subscribe: Posts | Comments | Email

Bio-ethiek

Het woord ‘Bio-ethiek’ is een samentrekking van biologie en ethiek.  De term betreft de studie van ons ‘doen en laten’ (ethiek) met het biologische leven (biologie). Mensen zijn immers vrije en verantwoordelijke wezens die niet slechts instinctief of voorgeprogrammeerd reageren op hun omgeving, zoals de dieren, planten en micro-organismen. Wij hebben een intelligentie en een zelfbewustzijn die ons in staat stellen om na te denken over wat er op ons afkomt via zone zintuigen, wat er in ons omgaat, lichamelijk, emotioneel, psychisch, er een zekere afstand van te nemen (abstractie) om dan vanuit een bepaalde bezonnenheid of ‘wijsheid’  et reageren. Of zelf initiatieven te nemen die een impact hebben op onze omgeving.

Om dat handelen van de mens te kunnen evalueren is er de studie van de ethiek. Deze is echter sterk afhankelijk van hoe we de mens zien (antropologie) en hoe we de werkelijkheid zien (metafysica). Is ons bestaan slechts een materiële, volstrekt toevallig bestaande, realiteit of is zijn ‘geschapen’, zoals de religieus stellen, door een goddelijk wezen. Indien dat laatste het geval is, zullen we niet alleen aan onszelf en onze naaste, maar ook aan die godheid verantwoording af kunnen leggen. En indien die ‘God’ zich heeft geopenbaard aan de mens, zoals de drie grote monotheïstische godsdiensten jodendom, christendom en islam stellen, dan heeft ‘Hij’ wellicht zich ook geuit over ‘goed en kwaad’ en ons inzicht gegeven in wat werkelijk ‘ethisch’ is. En het leidt gene twijfel dat daarvan sprake is, in alle wereldreligies.

Bio-ethiek vatten we op deze website breed op en kan wellicht in dire neit goed van elkaar te scheiden compartimenten ingedeeld worden:

We gebruiken de woorden ethiek en moraal hier door elkaar, onderscheidende definities van anderen ten spijt: steeds gaat het om het handelen van de mens en de kritische reflectie daarover, vooraf, tijdens en achteraf, of dat nu vanuit het denken van de mens komt of vanuit een ‘openbaringsbron’.

Verder bespreken we op deze site

  • De geschiedenis van de bio-ethiek
  • Seculiere bronnen van bio-ethiek

 

Eed van Genève (opgesteld na Wereldoorlog II)

  • Op het ogenblik dat ik opgenomen word onder de beoefenaars van het medisch beroep, verbind ik mij plechtig mijn leven te wijden aan de dienst van de mens.
  • Ik zal mijn leraars en meesters de achting en dankbaarheid betonen, die hun verschuldigd zijn. 
  • Ik zal mijn beroep nauwgezet en waardig uitoefenen.
  • Ik zal de gezondheid van mijn patient als mijn voornaamste bekommernis beschouwen.
  • Ik zal het geheim eerbiedigen van al wie zich aan mijn zorgen toevertrouwt, ook na zijn dood.
  • Ik zal tot het uiterste de eer en de edele tradities van het medisch beroep hooghouden.
  • Ik zal mijn collega’s als mijn broeders beschouwen.
  • Ik zal niet gedogen dat mijn houding tegenover mijn patiënt beinvloed wordt door beschouwingen van godsdienst, nationaliteit, ras, partij of sociale stand.
  • Ik zal het menselijk leven van in den beginne eerbiedigen.
  • Zelfs onder bedreiging, zal ik mijn medische kennis niet aanwenden in strijd met de wetten der menselijkheid.
  • Dit verklaar ik plechtig, vrijwillig en op mijn woord van eer.

Code van Nuremberg

  1. De vrijwillige toestemming van de proefpersoon is absoluut noodzakelijk. Dit betekent dat betrokken persoon wettelijk bevoegd moet zijn om toestemming te geven; in staat moet zijn zijn of haar vrije keuze te maken zonder tussenkomst van enig geweld, fraude, misleiding, of enige andere vorm van beperking of dwang; en moet voldoende kennis en begrip hebben van het betreffende onderwerp zodat hij of zij in staat is een onderbouwde keuze te maken. Dit laatste vereist dat voordat de proefpersoon zijn of haar keuze kan bevestigen duidelijk gemaakt moeten worden de aard, duur en doel van het experiment ; de methode en middelen waarmee het uitgevoerd worden; alle te redelijkerwijs te verwachten ongemakken en risico’s; en de gevolgen voor de gezondheid of de persoon die mogelijk deel zal nemen aan het experiment. De plicht en de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de kwaliteit van de toestemming ligt bij de persoon die het experiment initieert, aanstuurt of er aan deelneemt. Dit is een persoonlijke plicht en verantwoordelijkheid die niet ongestraft overgedragen kan worden aan een ander.
  2. Het experiment moet zo ontworpen zijn dat het vruchtbare resultaten oplevert voor de samenleving, die niet met andere methoden of middelen te behalen zijn, en niet willekeurig en onnodig van aard.
  3. Het experiment moet zo ontworpen zijn en gebaseerd zijn op de resultaten van dierproeven en kennis van de natuurlijke geschiedenis van de ziekte of een ander onderzocht probleem, zodanig dat de verwachte resultaten de uitvoering van het experiment rechtvaardigen.
  4. Het experiment moet zo uitgevoerd worden dat alle onnodige fysieke en mentale leed en letsel voorkomen worden.
  5. Een experiment moet niet worden uitgevoerd wanneer er a priori reden is om er vanuit te gaan dat overlijden of een handicap het gevolg zullen zijn; behalve misschien in het geval dat de uitvoerende artsen zelf ook als proefpersoon dienen.
  6. Het met het experiment genomen risico moet nooit groter zijn dan het humanitaire belang van het probleem dat het experiment moet oplossen.
  7. Degelijke voorbereidingen moeten worden getroffen, en adequate voorzieningen moeten worden aangeboden om de proefpersoon te beschermen tegen mogelijk letsel, handicaps of overlijden.
  8. Het experiment moet alleen worden uitgevoerd door wetenschappelijk gekwalificeerde personen. De hoogste graad van vaardigheid en zorg moeten worden vereist van de personen die het experiment leiden of uitvoeren, in alle stadia van het experiment.
  9. Gedurende de gehele loop van het experiment moet het de proefpersoon vrij staan om het experiment ten einde te brengen als hij of zij een fysieke of mentale staat heeft bereikt waardoor voortzetten van het experiment hem of haar onmogelijk lijkt.
  10. Gedurende de gehele loop van het experiment moet de verantwoordelijke wetenschapper voorbereid zijn het experiment te staken, in ieder willekeurig stadium, als hij of zij reden heeft om aan te nemen, met gebruik van het gezond verstand, de superieure vaardigheid en het zorgvuldig oordeel dat van hem of haar vereist wordt, dat voortzetting van het experiment zal leiden tot letsel, handicaps of overlijden van de proefpersoon.

Eed van Hippocrates (400 v. Chr.)

  • Ik zweer bij Apollon de genezer, bij Asclepius, Hygieia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden:
  • Ik zal naar mijn beste oordeel en vermogen en om bestwil mijner zieken hun een leefregel voorschrijven en nooit iemand kwaad doen.
  • Nooit zal ik, om iemand te gerieven, een dodelijk middel voorschrijven of een raad geven, die, als hij wordt gevolgd, de dood tot gevolg heeft. Nooit zal ik een vrouw een instrument voorschrijven om een miskraam op te wekken. Maar ik zal de zuiverheid van mijn leven en mijn kunst bewaren. Het snijden van de steen zal ik nalaten, ook als de ziekte duidelijk is; ik zal dit overlaten aan hen die hierin bekwaam zijn. In ieder huis waar ik binnentreed, zal ik slechts komen in het belang van mijn patiënten.
  • Mijn leermeester zal ik eren en liefhebben als mijn ouders; ik zal in gemeenschap met hem leven en zo nodig mijn bezit met hem delen, de kunst leren zonder vergoeding en zonder dat daartoe een schriftelijke belofte nodig is; aan mijn zonen, aan de zonen van mijn leermeester en aan de leerlingen die verklaard hebben zich aan de regelen van het beroep te zullen houden, aan hen allen zal ik de grondslagen van de kunst leren.
  • Al hetgeen mij ter kennis komt in de uitoefening van mijn beroep of in het dagelijks verkeer met mensen en dat niet behoort te worden rondverteld, zal ik geheim houden en niemand openbaren. Moge ik, als ik deze eed getrouwelijk houd, vreugde vinden in mijn leven en in de uitoefening van mijn kunst, maar moge het tegenovergestelde het geval zijn indien ik hem schend.
  • Ik zal mij verre houden van iedere welbewuste slechte daad en van elke verleiding, in het bijzonder van de geneugten der liefde met mannen of vrouwen, of zij vrij zijn of slaaf.